Schimmels & Zwammen

Schimmels of zwammen (Latijn: fungi) zijn micro-organismen en vormen naast planten en dieren een apart rijk. Ze zijn een onmiskenbare schakel in de keten van afbraak en recycling van organisch materiaal in de natuur. Anderzijds vormen ze een bedreiging voor constructiedelen. De meeste schimmels bestaan uit een zwamvlok of mycelium, dit is het 'pluizige' deel dat op oppervlakken zichtbaar is. Deze zwamvlok is opgebouwd uit schimmeldraden of hyfen. Op de schimmeldraden ontwikkelen zich sporendragers waarin sporen worden gevormd. Het zijn deze sporen die zorgen voor de verspreiding van de schimmel: deze kleine deeltjes (1 ą 10 micrometer) kunnen gemakkelijk door de lucht worden verplaatst.

Schimmelsporen bestaan in verschillende variėteiten. Ze zijn normaal gezien aanwezig in de lucht, en dus ook in de binnenlucht van elke woning, in een concentratie van honderden tot (tien)duizenden sporen per m² lucht. Eens de sporen zich ontwikkelen tot schimmels, geven ze bijkomend sporen af, waardoor de uitbreiding snel kan gebeuren. Om tot ontwikkeling te komen, dienen echter een aantal gunstige voorwaarden vervuld te zijn, nl. :

  • Een voldoende hoeveelheid zuurstof
  • Een weinig schommelende temperatuur, bij voorkeur gelegen tussen 5 en 25°C
  • Een geschikte voedingsbodem
  • De aanwezigheid van vocht.

Men kan stellen dat de eerste drie voorwaarden in vrijwel elke woning vervuld zijn, zodat in de meeste gevallen de aanwezigheid van vocht bepalend is bij het ontwikkelen van schimmels.

Opdat er zich schimmels op een bouwelement ontwikkelen, moet op de bewuste plaats enig vocht aanwezig zijn. Een eerste vochtbron, die in de vorm van infiltraties of opstijgend vocht optreedt, zal eerder sporadisch en plaatselijk tot schimmelvorming leiden, en zal veelal vochtkringen en zoutuitbloeiingen veroorzaken.

De aanwezigheid van schimmel kan echter vaker worden toegeschreven aan een te hoog hygroscopisch vochtgehalte van de materialen of aan oppervlaktecondensatie op deze materialen. In beide gevallen is het euvel gekoppeld aan een te lage oppervlaktetemperatuur op de bewuste plaatsen en/of aan een te hoge luchtvochtigheid in het vertrek.

Dit kan onder meer een gevolg zijn van een afkoeling van de binnenlucht (veelal plaatselijk, bijvoorbeeld in de kamerhoeken). Hierdoor neemt de relatieve luchtvochtigheid op de betrokken plaatsen toe. Indien deze toestand langdurig aanhoudt, kan de ondergrond daar een zo hoog hygroscopisch vochtgehalte aannemen, dat schimmelsporen er zich op ontwikkelen.

In sommige gevallen echter, kan de afkoeling van de binnenlucht geschieden tot onder haar dauwpunt. Men spreekt dan van 'oppervlaktecondensatie': de relatieve luchtvochtigheid bereikt op de bewuste plaatsen waarden van 100% en er ontstaat een film water (in de vorm van fijne druppeltjes), dat bij poreuze ondergronden capillair wordt 'opgezogen'.

Hierop aansluitend kan men stellen dat een eerste oorzaak van schimmelvorming kan liggen bij een overmatige afkoeling van de binnenlucht (al dan niet tot onder het dauwpunt) door de aanwezigheid van koudebruggen in de bewuste kamer. In dit geval zal de schimmelgroei zich eerder plaatselijk voordoen (bijvoorbeeld op een sterk afgelijnde zone van het plafond of van de muur).

Schimmelvorming treedt in de praktijk evenzeer op, indien er geen koudebruggen zijn, en kan dan een gevolg zijn van, of in de hand gewerkt worden door een of meerdere van de volgende factoren:

  • Een te hoge vochtproductie
  • Een onvoldoende of onaangepaste ventilatie van de kamers
  • Een onvoldoende hoge temperatuur in de ruimte.

Huiszwam

Extra aandacht moeten we besteden aan schimmels op houten constructiedelen, zoals bvb. de huiszwam (Serpula Lacrimans). Vermits schimmels de opruimers in de natuur zijn, kan dit in houten constructiedelen een groot probleem veroorzaken. Deze schimmels behoren tot de saprofieten en voeden zich met organische koolstofverbindingen uit houten elementen: ze zetten cellulose en lignine (hoofdbestanddelen van hout) om in enkelvoudige suikers en voedingsstoffen en veroorzaken houtrot. Doordat het hout letterlijk verteerd wordt, komt de constructie waarin het hout verwerkt is in gevaar.

 De huiszwam, Serpula lacrimans genaamd, is niet alleen de meest verspreide schadelijke zwam in ons gewest, maar ook de meest vernietigende. Voor haar voeding is ze aangewezen op vocht en op een aantal bestanddelen, die in hout aanwezig zijn. De huiszwam tast zowel naaldhout als loofhout aan dat in de gebouwen is verwerkt. Het uitzicht van het aangetaste hout kan een eerste mogelijke herkenningsfactor voor de aanwezigheid van huiszwam zijn. Door de aantasting vervormt het hout, vertoont het diepe scheuren en wordt het uiteindelijk in kubusjes verdeeld. Hierdoor verliest het zijn mechanische weerstand, zodat aangetaste trappen en balken in een vergevorderd stadium kunnen instorten.
De huiszwam ontwikkelt zich vanuit microscopisch kleine zaadjes, sporen genaamd. Wanneer deze zich op een gunstig terrein bevinden, kunnen ze ontkiemen. Na het ontkiemen groeien ze uit tot een netwerk van fijne draden, die een mycelium vormen. Naargelang de omstandigheden kan dit mycelium zich van een witte, vlokkige massa tot een parelgrijze of witte viltachtige "vellen" ontwikkelen. Soms zijn er nog andere kleurschakeringen mogelijk.
In een volgend groeistadium bundelen de draden zich tot strengen, die tot 1 centimeter dik kunnen worden. Deze strengen kunnen, indien de omstandigheden gunstig zijn, groeien over grote afstanden en doordringen in het metselwerk. De kleur van de strengen is licht- tot donkergrijs. In gunstige omstandigheden zijn ze taai en elastisch ; bij uitdroging worden ze broos.
Het vruchtlichaam van de zwam heeft meestal een ronde of ovalen vorm. De kleur is meestal roestbruin met een witte tot geelwitte groeirand. Het roestbruine gedeelte bevat de sporen, die zich opnieuw met de lucht zullen verspreiden.
De huiszwam kan zich enkel maximaal ontwikkelen wanneer de omstandigheden optimaal zijn. Sombere, slecht verluchte, vochtige lokalen en een regelmatige temperatuur vormen een uitstekende voedingsbodem. Wanneer niet alle omstandigheden gunstig zijn, zal de huiszwam zijn groei niet stoppen. Wanneer alle voedingsbestanddelen uit het hout opgebruikt zijn, zal ze via het metselwerk naar een andere ruimte doordringen en daar het hout gaan aantasten, zelfs al is er geen vocht aanwezig. Zo kan een "gezond" aangrenzend huis door de huiszwam aangetast worden.
Wanneer alle omstandigheden ongunstig zijn, zal de huiszwam niet afsterven, maar in een latente toestand aanwezig blijven. Wanneer de omstandigheden opnieuw gunstig worden, zal zij zich verder ontwikkelen. Vandaar de noodzaak om een aantasting door de huiszwam altijd ernstig te nemen.

Gevolgen van huiszwam


SD Services BVBA, Brusselsesteenweg 252 - 3020 Veltem (Herent), Tel. 0473 937 837
Copyright © SD Services BVBA, 2002 - 2012